Historiek

Zoals elk groot monument is deze gotische kerk ook de stille getuige van de geschiedenis die zich de voorbije eeuwen in en rondom haar heeft afgespeeld. 

  • 600: Het eerste kerkje

In de crypte van de Sint-Martinusbasiliek liggen de resten van een boomstronk. Volgens sommige historici zou deze boom in pre-Christelijke tijden een Keltische cultusplaats geweest zijn die later door de christelijke missionarissen zou zijn gekerstend.

In de zesde eeuw na Christus werd de streek rond Halle gekerstend door de Heilige Amandus, een rondreizende missiebisschop en de Heilige Aubertus, bisschop van Cambrai.

Rond 635 werd in Halle het eerste kerkje gebouwd door Woubert en Berthilde. Woubert was domesticus aan het hof van de Merovingische koning Clotharius II en hij was heer van het landgoed van Halle. Het kerkje is vermoedelijk gebouwd nabij een waterput en een boom waar volgens de overlevering een beeld van Onze-Lieve-Vrouw zou gehangen hebben.

Sommige historici vermoeden dat de boom een pre-christelijke cultusplaats zou zijn geweest die door Aubertus en Amandus zou zijn gekerstend. Feit is dat het kersteningsoffensief van de Kerk in Europa focuste op de cultusplaatsen van het de lokale geloofscultus. Dat de kerk van Halle gewijd werd aan Sint-Martinus kan dit vermoeden ondersteunen. Sint-Martinus was een zeer populaire heilige in de jonge kerk die, volgens de overlevering ooit tijdens zijn kersteningsactiviteiten een cultusboom geveld hebben. Om de lokale bevolking van het Christelijke geloof te overtuigen bleef hij onder de vallende boom staan en dwong hij deze door gebed naast zich neer te leggen. Dit verhaal kan ook de toenmalige bevolking in de regio Halle hebben overtuigd en verklaren waarom de kerk Sint-Martinus als patroonheilige kreeg. De resten van de boomstronk liggen nog altijd in de crypte van de basiliek.

 

  • 1335: Bul van Avignon

In 1335 werd de verering van Onze-Lieve-Vrouw van Halle begunstigd met 40 aflaten door 17 bisschoppen en één aartsbisschop die verbleven te Avignon.

In 1335 nog vooraleer met de bouw van de huidige Sint-Martinuskerk begonnen werd, werd een bul verleend. Een bul is een open brief van de paus waarin aan de gelovigen religieuze zaken bekend gemaakt worden. Ook teksten van bisschoppen of pauselijke legaten naar de gelovigen toe kunnen als bul beschouwd worden. Bul dat als oorkonde kan vertaald worden, komt van het Latijn bulla dat zegel betekent. Door het aanbrengen van een zegel krijgt het document zijn geestelijke waarde en betekenis.

De Halse bul uit 1335 is een collectieve bisschoppelijke bul. Hij wordt de bul van Avignon genoemd naar de stad in het zuiden van Frankrijk waar de paus toen verbleef. Daar verbleven de pausen tijdens de Babylonische ballingschap van 1309 tot 1376.

Een collectieve bisschoppelijke bul betekent dat hij door meer dan één bisschop ondertekend werd. Hij was ook een aflaatbrief. Een aflaat is een volledige of gedeeltelijke kwijtschelding van straffen wegens zonden. Elke ondertekenende bisschop verleende de gelovigen 40 dagen aflaat indien hij in de Sint-Martinuskerk steunde bij het bouwen van de Mariakapel waaraan in 1335 begonnen werd.

De Mariakapel kon als een soort kerk naast de Sint-Martinuskerk beschouwd worden. Ze had immers een eigen priester en bezat eigen inkomsten, nodig om de eredienst te financieren.

 

  • 1337: Broederschap van OLV van Halle 

In 1337 sluit de Engelse koning Edward III in Halle een verbond tegen de Franse koning. Dit verbond wordt aanzien als de aanzet voor de 100 jarige oorlog. Korte tijd nadien wordt de Broederschap van OLV-Halle opgericht. Alle bondgenoten van de Engelse koning worden vermeld in het Gulden Boek van de Broederschap.

In 1328 was Edward III van Engeland, naast Filips VI van Frankrijk, medekandidaat voor de Franse troon. Dit kwam doordat de Franse koning Karel IV geen kinderen had. De Franse edelen gaven de voorkeur aan Filips. Aanvankelijk erkende ook Edward III Filips als Franse koning, maar in 1337 kwam daar plotseling een einde aan. Hij trok de erkenning in, noemde koning Filips slechts hertog van Valois en viel het land aan.

Edward III sloot in Halle het verbond met zijn medestanders om de expantiedrang van de Franse koning en zijn eigen rechten op de Franse kroon te doen gelden. Dit verbond wordt aanzien als de aanzet voor de Honderdjarige Oorlog tussen Frankrijk en Engeland. Kort na het sluiten van het verbond wordt in Halle de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van Halle opgericht. Deze  zou navolging krijgen in heel Europa en een zeer cruciale rol spelen in de promotie van de bedevaart naar Halle. Het Gulden Boek van de Broederschap wordt nog steeds bewaard in de Sint-Martinusbasiliek en bevat op de eerste bladzijden alle namen van de bondgenoten van Edward III.

In 1344 werd de “Broederschap van de Onze Lieve Vrouw van Halle” opgericht. Broederschappen zijn kerkelijk goedgekeurde verenigingen opgericht door gelovigen die zich inzetten voor liefdadigheidsdoelen, de verfraaiing van missen en processies, enz. Ze hadden hierdoor maatschappelijk aanzien en vormden sterke gemeenschappen. De broederschap Onze-Lieve-Vrouw van Halle had als doel de devotie van de Zwarte Madonna te promoten. Wereldwijd bestonden er verschillende Broederschappen van Onze-Lieve-Vrouw van Halle, die haar verhaal vertelden, bewaarden en doorgaven. De broederschap Onze-Lieve-Vrouw van Halle is één van de oudste broederschappen van ons land en bestaat nog steeds. Het Guldenboek van de broederschap Onze-Lieve-Vrouw van Halle uit 1344 wordt bewaard in de crypte van de basiliek.

In 1267 werd dit Mariabeeld aan de stad Halle geschonken door het gravengeslacht van Henegouwen. Het beeld maakte deel uit van de erfenis die Sofia van Thüringen had gekregen van haar moeder, de Elizabeth van Hongarije. Sofia gaf het aan haar schoondochter Machteld van Brabant. Deze zou op haar beurt haar dochter Aleydis, gravin van Henegouwen, opgedragen hebben om het aan Halle te schenken.

Mede dankzij dit beeld werd de kerk een centrum van Mariadevotie en groeide ze uit tot een bekend bedevaartsoord. In de daaropvolgende jaren werd de kerk overspoeld door duizenden pelgrims die het Mariabeeld kwamen bewonderen. 

 

  • 1341 - 1409: Bouw van de kerk

De bestaande kerk werd te klein en dus werd 75 jaar later, in 1341, de eerste steen gelegd van de nieuwe kerk in gotische stijl. Toen de bouw begon stond de huidige Lievevrouwenkapel er al. Dankzij de talrijke schenkingen van pelgrims, graven en hertogen werd de kerk uitgebouwd tot een rijkelijk versierd gotische gebouw.

Vermeld wordt dat de heilige Hubertus, bisschop van Luik, in 727 de eerste kerk zou gewijd hebben. Toch mag ervan uitgegaan worden dat de eerste kerk te Halle in het begin van de achtste eeuw gebouwd werd. Het moet een gebouwtje geweest zijn dat volledig in hout was of bestond uit een houten skelet opgevuld met een mengeling van leem en stro. Die kerk moet geregeld vergroot en zelfs vervangen geweest zijn. De reden is duidelijk. Doordat Halle het centrum van een dekenij en een graafschap was, moet de bevolking relatief snel toegenomen zijn. Over de pre-Romaanse en Romaanse voorlopers van de huidige kerk is echter net als over de eerste kerk niets geweten. Met grote zekerheid wordt verondersteld dat ze alle op de plaats van de huidige gestaan hebben.

Slechts over de laatste voorloper van de huidige kerk weet men iets. Ze was niet breder dan de huidige middenbeuk en reikte niet verder dan het huidige laagkoor. Het gelijkvloers en het grootste deel van de eerste verdieping van de toren van de vorige kerk is verwerkt in de huidige toren waarvan het de kern is. In 1341 is begonnen aan de bouw van de huidige kerk. Op dat moment bestond de Onze-Lieve-Vrouwekapel reeds waarin tot en met de negentiende eeuw het beeld van de zwarte madonna bewaard werd. Men zou de kapel op de kerk waarmee ze een stilistische eenheid vormt, laten aansluiten.

De kerk werd gebouwd van 1341 tot 1409 toen ze ingewijd werd. Volgende fases zijn te onderscheiden: het schip van 1341 tot 1380, verhoging van de middenbeuk van 1380 tot 1400 en het koor van 1398 tot 1409. Toch werden later nog delen vervolledigd, uitgebreid of toegevoegd. Aan de toren, die een Gotische bekroning had, werd gebouwd tot 1470. De spits werd in 1600 vervangen om rond 1775 nogmaals aangepast te worden door de bouw van een Barokke lantaarn naar het voorbeeld van de Antwerpse Sint-Andrieskerk. De doop- en de Trasegnieskapel die beide Gotisch zijn, dateren van respectievelijk 1440 en 1467. De Barokke sacristie is in de zeventiende eeuw gebouwd.

 

  • 1404: Filips de Stoute sterft in Halle

Filips de Stoute werd op 17 januari 1342 te Pontoise geboren als vierde en jongste zoon van de Franse Valoiskoning Jan II. Hij zou de eerste hertog van Bourgondië in de Nederlanden worden. Bij zijn dood in 1404 was hij hertog van Bourgondië, graaf van Vlaanderen, Artesië, Réthel en Nevers en heer van Mechelen en Salins.

Hij was de lievelingszoon van zijn vader. Dat had hij te danken aan de Slag van Poitiers van 19 september 1356. Die slag kaderde in de Honderdjarige Oorlog tussen voornamelijk Frankrijk en Engeland, die duurde van 1337 tot 1453, langer dan de naam laat vermoeden. In de slag had Filips blijk gegeven van moed. Hij was zijn vader tot het einde blijven bijstaan, in tegenstelling tot zijn oudere broers die gevlucht waren. Meer zelfs, hij had zijn leven gered. Hij werd samen met zijn vader naar Engeland overgebracht waar hij tot 1360 als gevangene verbleef.

Als dank voor zijn moed en opoffering ontving hij in 1363 het hertogdom van Bourgondië als apanage. Dit is een deel van het Franse kroondomein dat aan die zonen van de koning, die niet in aanmerking kwamen om hem op te volgen, gegeven werd. Indien die zoon of zijn rechtstreekse opvolger geen mannelijke erfgenaam had, keerde het domein naar de kroon terug. Het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat de Franse koning Lodewijk XI er na de dood van Filips' achterkleinzoon Karel de Stoute in de Slag van Nancy in 1477 alles aan deed om Bourgondië terug bij de kroon te krijgen: Karel was immers door zijn dochter Maria van Bourgondië opgevolgd. In 1369 trouwde Filips met Margaretha van Male, dochter van de Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen. Toen die laatste in 1384 stierf, werd hij door zijn dochter opgevolgd. In werkelijkheid berustte de macht in Vlaanderen bij Filips de Stoute.

Hij overleed uiteindelijk in de vroegere herberg 'Het Hert', tegenover de Sint-Martinuskerk op 27 april 1404. Zijn ingewanden liggen in de schatkamer begraven.

 

  • 1410: Inhuldiging & belegering

De Basiliek werd in 1410 plechtig ingehuldigd door de toenmalige aartsbisschop van Kamerijk. Binnenin kan je de kanonballen terugvinden die Onze-Lieve-Vrouw van Halle, de Zwarte Madonna, zou hebben opgevangen in haar mantel tijdens de belegering door Filips van Kleef, leider van de Vlaamse Opstand, op 24 juni 1489. Door deze kruitsporen zou ze zwart geworden zijn. Honderden bedevaarders brengen haar nog steeds jaarlijks een bezoek.

 

  • 1664: Afwerking van de kerk

In 1664 werd de sacristie in Barokstijl aan de kerk toegevoegd. In de periode tussen 1772 en 1776 werd de kerk afgewerkt met een barokke bekroning van de toren.

 

  • 1946: de kerk krijg officieel de titel van Basiliek

 

De kerk is nooit geplunderd. Zo staan er dus nog vele kunstwerken die ter ere van de Sint-Martinuskerk geschonken werden. De beroemdste stukken zijn ongetwijfeld de Zwarte Madonna en het Mone-retabel uit 1533, geschonken door Karel V.

In de basiliek bevindt zich tevens het praalgraf van Joachim, zoon van Lodewijk XI.

 

Zoals elk groot monument is deze gotische kerk ook de stille getuige van de geschiedenis die zich de voorbije eeuwen in en rondom haar heeft afgespeeld. 

De Mariadevotie kent een lange en rijke geschiedenis in Halle. Heel vroeger moet hier, nabij een boomstam waarin een Mariabeeld prijkte, een heiligdom ontstaan zijn. De huidige basiliek is gebouwd op dezelfde plaats waar vroeger de eerste Halse parochiekerk heeft gestaan. De rest van deze boomstam is nog zichtbaar in de crypte onder het koor.

De kerk is voornamelijk bekend door het altaarstuk: een zittende zwarte madonna die haar kind de borst geeft. 

 

In 1344 werd de “Broederschap van de Onze Lieve Vrouw van Halle” opgericht. Broederschappen zijn kerkelijk goedgekeurde verenigingen opgericht door gelovigen die zich inzetten voor liefdadigheidsdoelen, de verfraaiing van missen en processies, enz. Ze hadden hierdoor maatschappelijk aanzien en vormden sterke gemeenschappen. De broederschap Onze-Lieve-Vrouw van Halle had als doel de devotie van de Zwarte Madonna te promoten. Wereldwijd bestonden er verschillende Broederschappen van Onze-Lieve-Vrouw van Halle, die haar verhaal vertelden, bewaarden en doorgaven. De broederschap Onze-Lieve-Vrouw van Halle is één van de oudste broederschappen van ons land en bestaat nog steeds. Het Guldenboek van de broederschap Onze-Lieve-Vrouw van Halle uit 1344 wordt bewaard in de crypte van de basiliek.

In 1409, werd de nieuwe kerk plechtig ingewijd door de toenmalige bisschop van Kamerijk, Pierre D’Ailly. De kerk werd gewijd aan de heilige Martinus van Tours (ook wel Sint-Maarten genoemd). Maarten staat vooral bekend om de legende van zijn mantel: bij de stadspoort van Amiens ontmoette hij ooit een verkleumde bedelaar aan wie hij de helft van zijn mantel gaf. Later werd Maarten bisschop van de stad Tours.

Ken je de legende dat Onze-Lieve-Vrouw van Halle die kanonballen zou opgevangen hebben met haar mantel? Die legende heeft haar oorsprong in een historische gebeurtenis. Aan het eind van de 15de eeuw braken in verschillende steden opstanden uit tegen het beleid van Maximiliaan van Oostenrijk (1482-1493), weduwnaar van Maria van Bourgondië. Maximiliaans militaire expansiepolitiek, de verhoogde belastingen en de ingeperkte autonomie voor de steden stuitte op verzet, o.a. in Gent, waar Filips van Kleef de leiding nam. Toen Filips van Kleef Brussel wilde veroveren werd Halle, dat aan de zijde van Maximiliaan stond, belegerd. Na twee mislukte belegeringen werd Halle in 1489 bestookt met kanonballen. Volgens de legende zou Onze-Lieve-Vrouw van Halle deze hebben opgevangen in haar mantel om Halle te redden. Haar zwarte kleur zou ze te danken hebben aan de buskruitrook, afkomstig van het afvuren van de kanonballen. Nabij de ingang van de kerk tref je een getraliede nis met kanonballen aan.

In 1946 werd de kerk door paus Pius XII tot basiliek verheven. Ze is recent gerestaureerd en blijft een populaire bedevaartsplaats.